ADHD en de overgang: waarom deze vrouwen mogelijk meer worden geraakt

Meer moeite met concentreren, dingen vergeten, sneller overprikkeld raken en het gevoel de grip op werk en dagelijks leven te verliezen. Het zijn ervaringen die kunnen voorkomen bij ADHD, maar ook tijdens de perimenopauze.

Wanneer beide samenkomen, kunnen bestaande kwetsbaarheden sterker naar voren treden. Vrouwen die jarenlang manieren hebben ontwikkeld om met hun ADHD om te gaan, merken soms dat die strategieën ineens minder goed werken. Andere vrouwen ontdekken juist tijdens de overgang dat klachten die zij altijd aan zichzelf, stress of hun karakter hebben toegeschreven mogelijk bij ADHD passen.

De aandacht voor de combinatie van ADHD en de overgang groeit. Recent onderzoek ondersteunt het vermoeden dat vrouwen met ADHD meer en ernstigere klachten kunnen ervaren. Tegelijk is voorzichtigheid nodig: de wetenschap op dit gebied is nog jong en heeft nog niet alle onderliggende mechanismen bewezen.

Wat is ADHD?

ADHD wordt omschreven als een neurobiologische ontwikkelingsstoornis. De kenmerken beginnen in de kindertijd, maar kunnen tot ver in de volwassenheid invloed houden op het functioneren.

De bekendste kenmerken zijn: moeite om aandacht gericht vast te houden, snel afgeleid raken, moeite met plannen en organiseren, taken beginnen maar niet afronden, impulsiviteit, moeite met emotieregulatie en problemen met tijdsbesef en prioriteiten.

Niet iedere persoon met ADHD ervaart al deze kenmerken. De zichtbaarheid en gevolgen kunnen bovendien veranderen naarmate iemand ouder wordt.

Bij vrouwen wordt ADHD relatief vaak laat herkend. Hyperactiviteit hoeft zich niet te uiten als opvallende lichamelijke drukte, maar kan ook zichtbaar zijn als innerlijke onrust, veel gedachten tegelijk of voortdurend bezig zijn. Sommige vrouwen compenseren hun problemen jarenlang door harder te werken, veel lijstjes te maken, alles extra te controleren of sterk te leunen op routines.

Dat kan goed gaan zolang de omstandigheden stabiel blijven en er voldoende herstel mogelijk is.

Wat verandert er tijdens de perimenopauze?

De perimenopauze is de fase voorafgaand aan de laatste menstruatie. De eisprong wordt geleidelijk onregelmatiger en de productie van oestrogeen en progesteron gaat meer schommelen.

Oestrogeen daalt in deze periode niet in een rechte lijn. Waarden kunnen sterk stijgen en dalen. De cyclus kan langer, korter of onvoorspelbaarder worden.

Mogelijke klachten zijn opvliegers en nachtzweten, slaapproblemen, vermoeidheid, stemmingswisselingen, angstige of sombere gevoelens, brainfog, moeite met concentreren of spier- en gewrichtsklachten.

Cognitieve veranderingen zijn dus niet uitzonderlijk tijdens de perimenopauze. Een wetenschappelijk overzicht uit 2023 concludeerde dat vooral verbaal leren en geheugen tijdelijk kunnen worden beïnvloed. Ook zijn er aanwijzingen voor veranderingen in aandacht, verwerkingssnelheid en werkgeheugen. [Metcalf et al., Cognitive Problems in Perimenopause: A Review of Recent Evidence](https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37755656/)

Juist deze functies kunnen bij ADHD al kwetsbaar zijn.

Waarom kan de overgang bij ADHD extra ingrijpend zijn?

Er zijn verschillende mogelijke verklaringen. Geen daarvan bewijst op zichzelf dat iedere vrouw met ADHD meer overgangsklachten zal krijgen. Samen vormen ze wel een serieuze aanleiding voor verder onderzoek en betere herkenning.

1. De symptomen overlappen

ADHD en de perimenopauze kunnen beide gepaard gaan met de symptomen die ik hierboven al noemde. Bij een vrouw zonder ADHD kunnen deze klachten tijdens de overgang nieuw ontstaan. Bij een vrouw met ADHD kunnen bestaande problemen duidelijker worden of moeilijker te compenseren zijn.

Dat maakt het ook lastig om de oorzaak vast te stellen. Is de ADHD werkelijk ernstiger geworden? Zijn het overgangsklachten die op ADHD lijken? Of versterken beide elkaar?

Waarschijnlijk kunnen al deze situaties voorkomen.

2. Oestrogeen beïnvloedt hersenprocessen die ook bij ADHD betrokken zijn

ADHD hangt samen met verschillen in hersennetwerken die betrokken zijn bij aandacht, motivatie, impulscontrole en executieve functies. De signaalstoffen dopamine en noradrenaline spelen binnen deze netwerken een belangrijke rol.

Oestrogeen heeft invloed op meerdere hersensystemen, waaronder processen waarbij dopamine betrokken is. Daardoor is het biologisch aannemelijk dat sterke schommelingen of een daling van oestrogeen invloed kunnen hebben op aandacht, motivatie en emotieregulatie.

Een wetenschappelijk overzicht uit 2025 vond aanwijzingen voor een relatie tussen vrouwelijke geslachtshormonen en ADHD-klachten. De onderzoekers concludeerden echter ook dat het beschikbare onderzoek beperkt en uiteenlopend van kwaliteit is. Er zijn nog onvoldoende studies om precies te bepalen hoe hormoonveranderingen bij individuele vrouwen de ernst van ADHD beïnvloeden. [Osianlis et al., ADHD and Sex Hormones in Females: A Systematic Review](https://research.monash.edu/en/publications/adhd-and-sex-hormones-in-females/)

De vaak gehoorde uitspraak “minder oestrogeen betekent minder dopamine en daardoor meer ADHD” is daarom te stellig. De biologische relatie is complexer en is bij vrouwen in de overgang nog niet rechtstreeks en overtuigend aangetoond. Oestrogeen beïnvloedt dopaminegerelateerde processen. Daardoor bestaat een plausibele verklaring voor veranderingen in ADHD-klachten, maar het causale mechanisme is nog niet volledig bewezen.

3. Slaaptekort vergroot bestaande kwetsbaarheden

Slaapproblemen komen zowel bij ADHD als tijdens de overgang veel voor. Nachtzweten, opvliegers, onrust en stemmingsklachten kunnen de slaap verder verstoren.

Slecht slapen kan vervolgens leiden tot: minder concentratie, slechter werkgeheugen, meer impulsiviteit, minder emotionele controle, snellere overprikkeling en minder herstelvermogen.

Een vrouw met ADHD kan hierdoor dubbel worden geraakt. Niet alleen door mogelijke hormonale invloed op het brein, maar ook indirect doordat overgangsklachten de slaap en het herstel verstoren.

4. De compensatiestrategieën raken uitgeput

Veel vrouwen met ADHD hebben manieren ontwikkeld om hun werk en dagelijks leven georganiseerd te houden. Ze werken met agenda’s, lijstjes, vaste routines, controlemomenten en een sterke interne druk om niets te vergeten.

Deze strategieën kosten energie. Wanneer tijdens de perimenopauze slaap, stemming en concentratie veranderen, kan de beschikbare compensatiecapaciteit afnemen.

Wat jarenlang redelijk functioneerde, wordt dan plotseling kwetsbaar.

Dat kan leiden tot gedachten als: “Waarom lukt dit me ineens niet meer?” of “Waarom werkt mijn structuur niet meer?”

Het verlies van grip kan het zelfvertrouwen sterk aantasten, juist bij vrouwen die gewend zijn hun problemen voor anderen verborgen te houden.

Wat laat recent onderzoek zien?

In 2025 verscheen een grote populatiestudie waarin 535 vrouwen met ADHD werden vergeleken met 4.857 vrouwen zonder ADHD.

De vrouwen met ADHD rapporteerden gemiddeld meer perimenopauzale klachten. Hun gemiddelde totaalscore op de gebruikte klachtenlijst was 18, tegenover 13 bij vrouwen zonder ADHD.

Ook het aandeel vrouwen met ernstige klachten verschilde aanzienlijk:

* 54,2 procent van de vrouwen met ADHD rapporteerde ernstige perimenopauzale klachten;

tegenover *30,1 procent van de vrouwen zonder ADHD**.

Ernstige klachten kwamen in de ADHD-groep daarmee ongeveer 1,8 keer zo vaak voor.

De verschillen werden gevonden bij:

* psychische klachten, zoals somberheid, angst, prikkelbaarheid en vermoeidheid;

* lichamelijke klachten, zoals opvliegers, hartkloppingen, slaap- en gewrichtsklachten;

* urogenitale klachten, zoals vaginale droogheid, blaasproblemen en seksueel ongemak.

Het verschil tussen vrouwen met en zonder ADHD was in dit onderzoek het grootst in de leeftijdsgroep van 35 tot 39 jaar. De onderzoekers opperen daarom dat perimenopauzale klachten bij vrouwen met ADHD mogelijk eerder zichtbaar worden. [Smári et al., Perimenopausal symptoms in women with and without ADHD](https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC12538516/)

Wat bewijst dit onderzoek nog niet?

De uitkomsten zijn belangrijk, maar vragen om zorgvuldige interpretatie.

De ADHD-diagnose was in het onderzoek zelfgerapporteerd. Ook werden overgangsklachten gemeten met een vragenlijst waarin symptomen voorkomen die niet uitsluitend door de perimenopauze worden veroorzaakt.

Psychische en lichamelijke klachten kwamen bij vrouwen met ADHD namelijk ook buiten de gebruikelijke perimenopauzale leeftijd vaker voor. De onderzoekers merken daarom zelf op dat de gebruikte vragenlijst mogelijk niet alleen overgangsklachten meet, maar ook algemene klachten die bij ADHD of bijkomende aandoeningen kunnen voorkomen.

Het onderzoek toont dus aan dat vrouwen met ADHD een hogere klachtenlast rapporteren. Het bewijst niet dat:

  • ADHD een vroegere menopauze veroorzaakt;

  • oestrogeendaling rechtstreeks ADHD verergert;

  • alle gemeten klachten hormonaal zijn;

  • iedere vrouw met ADHD een zwaardere overgang krijgt.

Daarvoor zijn meer langdurige studies nodig waarin vrouwen door de verschillende overgangsfasen worden gevolgd en waarin hormoonwaarden, slaap, stemming, ADHD-klachten en behandeling gezamenlijk worden onderzocht.

Eerder onderzoek ondersteunt hormonale gevoeligheid

Een Nederlands onderzoek uit 2021 keek naar hormoongerelateerde stemmingsklachten bij 209 vrouwen met ADHD.

Binnen deze klinische groep rapporteerde:

  • 45,5 procent klachten passend bij premenstruele dysfore stoornis, PMDD;

  • 57,6 procent van de vrouwen die waren bevallen een postpartumdepressie;

  • 68,1 procent van de vrouwen in de relevante leeftijdsgroep ernstige overgangsgerelateerde stemmingsklachten.

Deze percentages lagen hoger dan de prevalenties die de onderzoekers vanuit bestaande literatuur voor de algemene bevolking verwachtten. [Dorani et al., Prevalence of hormone-related mood disorder symptoms in women with ADHD](https://europepmc.org/article/med/33302160)

Ook deze studie heeft beperkingen. De deelnemers kwamen uit een gespecialiseerde ADHD-kliniek en vormen daardoor mogelijk een zwaarder belaste groep dan alle vrouwen met ADHD. De gegevens waren bovendien gebaseerd op vragenlijsten en terugblik.

De studie bewijst geen oorzaak, maar ondersteunt wel het idee dat een deel van de vrouwen met ADHD gevoelig kan zijn voor hormonale veranderingen tijdens verschillende levensfasen.

Waarom wordt ADHD soms pas tijdens de overgang herkend?

ADHD ontstaat niet tijdens de overgang. Voor een diagnose moeten kenmerken al vanaf de jeugd aanwezig zijn, ook als ze destijds niet als ADHD werden herkend.

De perimenopauze kan bestaande kwetsbaarheden wel zichtbaarder maken. Een vrouw die jarenlang kon compenseren, merkt bijvoorbeeld dat: plannen en prioriteren moeilijker wordt, haar hoofd voortdurend vol zit; emoties moeilijker te reguleren zijn of uitstelgedrag dat toeneemt. En niet onbelangrijk in een werkomgeveing: dat zij fouten maakt die vroeger niet voorkwamen.

Wanneer vergelijkbare patronen ook eerder in haar leven aanwezig waren, kan dat aanleiding zijn om ADHD te laten onderzoeken.

Brainfog tijdens de overgang is echter niet automatisch ADHD. Ook stress, depressie, slaaptekort, schildklierproblemen, bloedarmoede, medicatie en andere medische oorzaken kunnen vergelijkbare klachten geven.

Een zorgvuldige beoordeling vraagt daarom om een brede blik.

Wat kan dit betekenen op het werk?

De combinatie van ADHD en overgangsklachten kan vooral invloed hebben op functies waarbij veel beroep wordt gedaan op executieve vaardigheden.

Denk aan:

  • veel taken tegelijk overzien;

  • voortdurend schakelen;

  • werken met onderbrekingen;

  • prioriteiten stellen;

  • deadlines bewaken;

  • complexe informatie verwerken;

  • lange vergaderingen volgen;

  • werken in een drukke of lawaaiige omgeving;

  • emoties reguleren tijdens stressvolle situaties.

De medewerker kan nog steeds waardevol en deskundig functioneren, maar heeft mogelijk meer energie nodig om hetzelfde niveau te behouden. Dat kan leiden tot presenteïsme: wel aanwezig zijn, maar door klachten niet volledig kunnen functioneren.

Sommige vrouwen gaan extra hard werken om problemen te verbergen. Daardoor ziet de omgeving misschien weinig, terwijl de medewerker thuis volledig uitgeput raakt.

Wat kan een werkgever doen?

Een leidinggevende hoeft niet vast te stellen of iemand ADHD heeft of in de overgang is. Wel kan de organisatie voorwaarden creëren waarin een medewerker haar werk beter kan organiseren en klachten veilig kan bespreken.

Mogelijke ondersteuning is:

  • heldere prioriteiten en verwachtingen;

  • grote opdrachten opdelen in overzichtelijke stappen;

  • afspraken en besluiten schriftelijk vastleggen;

  • minder onnodige onderbrekingen;

  • toegang tot een rustige werkplek;

  • meer regie over werkuren en pauzes;

  • flexibiliteit na slechte nachten;

  • realistische deadlines;

  • regelmatige, korte afstemmomenten;

  • tijdelijk verminderen van gelijktijdige taken;

  • tijdige verwijzing naar bedrijfsarts of behandelaar.

Dit zijn geen voorzieningen die uitsluitend bij ADHD of de overgang passen. Veel medewerkers functioneren beter bij duidelijkheid, autonomie en minder onnodige prikkels.

Ook de behandeling vraagt om maatwerk

Wanneer ADHD-klachten of overgangsklachten toenemen, is het verstandig dat de vrouw dit bespreekt met een huisarts, ADHD-behandelaar of gynaecologisch deskundige.

Er is nog onvoldoende bewijs om hormoontherapie als behandeling voor ADHD te adviseren. Hormoontherapie kan bij daarvoor geschikte vrouwen wel bepaalde overgangsklachten verminderen, waardoor slaap, stemming of dagelijks functioneren indirect kunnen verbeteren.

Wat moeten HR en leidinggevenden hiervan onthouden?

De belangrijkste les is niet dat vrouwen met ADHD per definitie minder belastbaar zijn. De les is dat een bestaande neurobiologische kwetsbaarheid en een hormonale levensfase elkaar mogelijk kunnen versterken.

Dat vraagt om drie dingen:

1. Herkennen zonder te diagnosticeren

Een verandering in concentratie, planning of emotieregulatie kan meerdere oorzaken hebben.

2. Doorvragen zonder te medicaliseren

Vraag welke invloed de medewerker in haar werk ervaart en welke ondersteuning kan helpen.

3. Maatwerk zonder aannames

Niet iedere vrouw met ADHD krijgt ernstige overgangsklachten en niet iedere vrouw in de overgang heeft ADHD.

Een reële aanwijzing, maar nog geen afgerond bewijs

Er is steeds meer wetenschappelijke aanleiding om te vermoeden dat vrouwen met ADHD tijdens de perimenopauze een hogere en mogelijk eerdere klachtenlast ervaren. De overlap in cognitieve en psychische klachten, de rol van slaap en stress en de mogelijke invloed van geslachtshormonen op dopaminegerelateerde hersenprocessen bieden daarvoor plausibele verklaringen.

Maar de wetenschap is nog niet ver genoeg om een eenvoudige hormonale oorzaak vast te stellen of één standaardbehandeling te adviseren.

De meest zorgvuldige conclusie is daarom:

> Vrouwen met ADHD lijken als groep kwetsbaarder voor ernstige klachten rond de perimenopauze. Waarschijnlijk spelen zowel hormonale veranderingen als slaap, psychische gezondheid, lichamelijke klachten en de moeite om langdurige compensatiestrategieën vol te houden een rol.

Voor werkgevers betekent dit vooral dat opvallende veranderingen in functioneren niet te snel als gebrek aan motivatie of professionaliteit mogen worden uitgelegd. Soms is er geen verlies van talent, maar een tijdelijke mismatch tussen wat iemand aankan en wat de omgeving op dat moment van haar vraagt.

Dit artikel geeft algemene informatie en is niet bedoeld voor het stellen van een diagnose of het geven van persoonlijk medisch advies. Bij nieuwe of toenemende klachten is overleg met een huisarts, bedrijfsarts of gespecialiseerde behandelaar verstandig.

Erna

Ik help MKB+ hun positie te verstevigen. Van propositie tot klantbehoud, van employer branding tot marktstrategie. Met concrete trajecten die je helpen groeien zonder je identiteit te verliezen.

Vorige
Vorige

Terug na de zwangerschap: waarom een medewerker niet simpelweg terugkeert als vóór haar verlof

Volgende
Volgende

Van overgangsbeleid naar beleid voor vrouwelijke levensfasen