Wat gebeurt er hormonaal in een vrouwenlichaam?

Hormonen hebben invloed op veel meer dan de menstruatie of vruchtbaarheid. Ze spelen een rol bij energie, slaap, stemming, stress, lichaamstemperatuur, concentratie, eetlust, spieropbouw en herstel.

Toch wordt bij hormonale klachten vaak gedacht aan één hormoon dat “te hoog” of “te laag” zou zijn. In werkelijkheid werkt het hormonale systeem als een netwerk. Hormonen beïnvloeden elkaar, reageren op signalen uit de hersenen en passen zich voortdurend aan de levensfase en omstandigheden van een vrouw aan.

Dat helpt verklaren waarom klachten kunnen wisselen en waarom twee vrouwen in dezelfde levensfase heel verschillende ervaringen kunnen hebben.

Hormonen zijn boodschappers

Hormonen zijn signaalstoffen. Ze worden aangemaakt in verschillende organen en klieren en reizen via het bloed naar hun doelweefsel. Daar kunnen ze alleen een effect veroorzaken wanneer ze passen op een ontvanger, een receptor.

Je kunt dit vergelijken met een sleutel en een slot. Het hormoon is de sleutel en de receptor is het slot. Niet iedere cel reageert daarom op ieder hormoon.

De hersenen spelen een centrale rol in de aansturing. Vooral de hypothalamus en hypofyse geven signalen aan andere hormoonklieren. Via terugkoppeling ontvangt het brein informatie over de hoeveelheid hormonen in het bloed. Als er voldoende van een bepaald hormoon aanwezig is, wordt de aanmaak meestal afgeremd. Is er te weinig, dan kan de productie juist worden gestimuleerd.

Dit terugkoppelingssysteem lijkt op een thermostaat: meten, bijsturen en opnieuw controleren.

Drie hormoonassen die met elkaar samenwerken

We onderscheiden drie belangrijke hormoonassen worden onderscheiden.

De HPG-as: cyclus en voortplanting

De hypothalamus, hypofyse en eierstokken vormen samen de HPG-as. Deze as regelt een belangrijk deel van de menstruatiecyclus.

De hersenen sturen via hormoonsignalen de aanmaak van FSH en LH aan. FSH ondersteunt de groei van follikels in de eierstokken. Een rijpende follikel maakt steeds meer oestrogeen aan. Een sterke stijging van LH zet uiteindelijk de eisprong in gang.

Na de eisprong ontstaat uit de lege follikel het gele lichaam. Dit maakt vooral progesteron aan. Wanneer er geen zwangerschap ontstaat, dalen oestrogeen en progesteron en begint de menstruatie.

De HPA-as: stress en energie

De HPA-as verbindt de hypothalamus, hypofyse en bijnieren. Deze as speelt een belangrijke rol in de stressreactie en stuurt onder andere de afgifte van cortisol aan.

Cortisol is niet alleen een “slecht stresshormoon”. Het helpt ons om ’s ochtends wakker te worden, energie beschikbaar te maken en te reageren op een dreigende of veeleisende situatie.

Bij langdurige stress kan de regulering van dit systeem veranderen. Dat kan samengaan met slechter slapen, vermoeidheid, meer behoefte aan energierijk eten en een verminderde herstelcapaciteit. Stress kan ook de menstruatiecyclus beïnvloeden, bijvoorbeeld doordat de eisprong later komt of uitblijft.

Soms wordt gezegd dat cortisol bij stress letterlijk progesteron “steelt”. Dat is een aansprekende metafoor, maar geen goede letterlijke beschrijving van wat er in het lichaam gebeurt. Wel is duidelijk dat langdurige stress de hersen-hormoonsystemen kan beïnvloeden die de cyclus reguleren.

De HPT-as: schildklier en stofwisseling

De HPT-as bestaat uit de hypothalamus, hypofyse en schildklier. De schildklier maakt vooral T4 aan. In verschillende weefsels wordt een deel daarvan omgezet in het actievere T3.

Schildklierhormonen beïnvloeden onder andere de stofwisseling, lichaamstemperatuur, hartslag en energiehuishouding. Een schildklieraandoening kan klachten geven die ook bij hormonale levensfasen voorkomen, zoals vermoeidheid, concentratieproblemen, somberheid, hartkloppingen of veranderingen in gewicht.

Daarom is het verstandig om bij ernstige of aanhoudende klachten niet automatisch aan PMS of de overgang te denken. Medische beoordeling kan nodig zijn.

De belangrijkste hormonen in de cyclus

Oestrogeen

Oestrogeen is een verzamelnaam voor verschillende hormonen, waarvan estradiol tijdens de vruchtbare levensfase het belangrijkst is. Het wordt voornamelijk door de eierstokken gemaakt.

Oestrogeen ondersteunt onder andere:

  • de opbouw van het baarmoederslijmvlies;

  • botopbouw;

  • huid en slijmvliezen;

  • bloedvaten;

  • verschillende hersenfuncties;

  • de regulering van lichaamstemperatuur.

Oestrogeen heeft ook wisselwerkingen met neurotransmitters zoals serotonine en dopamine. Daardoor kunnen sterke schommelingen bij sommige vrouwen merkbaar zijn in stemming, motivatie en concentratie.

Progesteron

Progesteron stijgt na de eisprong en bereidt het baarmoederslijmvlies voor op een mogelijke zwangerschap. Wanneer geen zwangerschap ontstaat, daalt de hoeveelheid progesteron weer.

Afgeleide stoffen van progesteron kunnen in de hersenen invloed hebben op GABA-receptoren. GABA is betrokken bij het remmen en kalmeren van hersenactiviteit. Dit is een van de mogelijke verklaringen waarom veranderingen in progesteron bij sommige vrouwen samengaan met veranderingen in rust, slaap of stemming.

Testosteron

Ook vrouwen maken testosteron aan, vooral in de eierstokken en bijnieren. Het speelt onder andere een rol bij spiermassa, botten, seksuele functie en mogelijk motivatie en energieniveau.

“Vrouwelijke” en “mannelijke” hormonen zijn daarom vereenvoudigde benamingen. Vrouwen en mannen hebben grotendeels dezelfde hormonen, maar in andere concentraties en patronen.

Insuline

Insuline wordt door de alvleesklier gemaakt en helpt glucose uit het bloed in de cellen op te nemen. Bij langdurig verhoogde insulinespiegels kan de lever minder SHBG produceren. SHBG is een transporteiwit dat onder andere estradiol en testosteron bindt.

Hierdoor kan de hoeveelheid vrij beschikbaar testosteron veranderen. Deze relatie is onder meer relevant bij PCOS. Insuline is dus geen geslachtshormoon, maar kan wel invloed hebben op de hormonale omgeving.

De menstruatiecyclus is geen rechte lijn

De hoeveelheid hormonen blijft gedurende de maand niet gelijk.

In de eerste helft van de cyclus stijgt oestrogeen meestal geleidelijk. Rond de eisprong stijgt LH sterk. In de tweede helft wordt progesteron belangrijker. Wanneer geen zwangerschap ontstaat, dalen oestrogeen en progesteron weer.

Sommige vrouwen merken hier nauwelijks iets van. Andere vrouwen ervaren verschillen in energie, slaap, eetlust, stemming of concentratie.

In de dagen voor de menstruatie kunnen klachten ontstaan zoals:

  • prikkelbaarheid;

  • somberheid of emotionele gevoeligheid;

  • vermoeidheid;

  • hoofdpijn;

  • vocht vasthouden;

  • slaapproblemen;

  • meer behoefte aan zoet of koolhydraatrijk eten.

Wanneer deze klachten ernstig zijn en het dagelijks functioneren duidelijk beperken, kan sprake zijn van PMS of PMDD. Dat vraagt om medische beoordeling; een hormoonvragenlijst alleen is daarvoor niet voldoende.

Zwangerschap en de periode na de bevalling

Tijdens de zwangerschap stijgen oestrogeen en progesteron tot veel hogere waarden dan tijdens een gewone cyclus. Ook hCG, prolactine, oxytocine, schildklierhormonen en stresshormonen veranderen.

Na de geboorte van de placenta dalen oestrogeen en progesteron snel. Prolactine blijft bij borstvoeding verhoogd en stimuleert de melkproductie. Oxytocine ondersteunt de weeën, de toeschietreflex en verschillende processen die betrokken zijn bij sociaal contact en binding.

Deze hormonale omschakeling vindt plaats terwijl het lichaam herstelt en de slaap vaak wordt onderbroken. Dat kan invloed hebben op energie, emoties en concentratie.

Niet iedere klacht na een bevalling is echter “alleen hormonaal”. Bloedarmoede, schildklierproblemen, pijn, infecties, traumatische ervaringen en een postnatale depressie kunnen vergelijkbare klachten geven.

Wat verandert er tijdens de overgang?

De overgang begint niet pas wanneer de menstruatie definitief stopt. Tijdens de perimenopauze worden eisprongen minder voorspelbaar. Daardoor kan progesteron eerder en duidelijker afnemen, terwijl oestrogeen nog sterk schommelt.

Een vrouw kan in deze fase dus afwisselend klachten ervaren die met hoge én lage oestrogeenwaarden in verband worden gebracht. De verhouding tussen de hormonen verandert voortdurend.

Mogelijke klachten zijn:

  • een veranderende of onregelmatige cyclus;

  • opvliegers en nachtzweten;

  • slechter slapen;

  • stemmingsveranderingen;

  • concentratie- of geheugenproblemen;

  • hartkloppingen;

  • gewrichts- of spierklachten;

  • vaginale droogheid;

  • veranderde belastbaarheid.

De menopauze is officieel het moment dat een vrouw twaalf maanden niet heeft gemenstrueerd, zonder een andere medische verklaring. De jaren daarvoor vormen de perimenopauze; de periode daarna heet postmenopauze.

Hormonen en functioneren op het werk

Hormonale veranderingen kunnen op het werk zichtbaar worden zonder dat collega’s de oorzaak kennen. Een medewerker kan bijvoorbeeld moeite hebben met langdurige concentratie, sneller overprikkeld raken, minder goed herstellen na een drukke dag of door nachtzweten structureel slaap tekortkomen.

Dat betekent niet dat iedere vrouw aanpassingen nodig heeft. Het betekent ook niet dat prestaties gedurende een cyclus automatisch voorspelbaar zijn. De verschillen tussen vrouwen zijn daarvoor te groot.

Om er achter te komen wat er speelt, kun je aan je medewerker eens de volgende vragen stellen:

  • “Wat merk je tijdens je werk?”

  • “Welke omstandigheden maken je klachten erger?”

  • “Wat helpt je om goed te blijven functioneren?”

  • “Zijn tijdelijke aanpassingen nodig?”

  • “Wil je hierover met de bedrijfsarts spreken?”

Mogelijke ondersteuning bestaat uit flexibiliteit in werktijden, korte herstelmomenten, toegang tot een koele of rustige werkplek, thuiswerken en duidelijkere prioriteiten. De behoefte van de medewerker blijft daarbij het uitgangspunt.

Klachten zijn echt, maar niet altijd specifiek

Vermoeidheid, stemmingswisselingen, slecht slapen en concentratieproblemen kunnen hormonaal worden beïnvloed. Het zijn tegelijkertijd klachten die ook kunnen voorkomen bij stress, een depressie, ijzertekort, schildklierproblemen, slaapstoornissen of andere aandoeningen.

“Hormonale disbalans” is daarom geen medische diagnose op zichzelf. Bij nieuwe, hevige of aanhoudende klachten is onderzoek door een huisarts of andere bevoegde zorgprofessional verstandig.

Het vrouwelijk hormoonsysteem is geen verzameling losse schakelaars. Het is een dynamisch communicatienetwerk waarin hersenen, eierstokken, schildklier, bijnieren, alvleesklier en andere weefsels voortdurend informatie uitwisselen.

Wie dat begrijpt, kijkt niet alleen naar één hormoon of één klacht. Die kijkt naar het patroon, de levensfase, de omstandigheden én naar wat een vrouw nodig heeft om gezond en duurzaam te kunnen functioneren.

Erna Melis

Ik help organisaties wat er hormonaal speelt tijdens de cyclus, zwangerschap en terugkeer, perimenopauze en overgang te vertalen naar minder verzuim en duurzaam behoud van vrouwelijk talent.

Vorige
Vorige

Levensfasebewust personeelsbeleid voor vrouwen: de hormonale laag die nog vaak ontbreekt

Volgende
Volgende

Waarom het tijd is om anders naar vrouwen op de werkvloer te kijken