Waarom het tijd is om anders naar vrouwen op de werkvloer te kijken

Als vrouw en professional weet ik hoe uitdagend het kan zijn om continu te presteren. Op het werk, maar zeker ook daarbuiten. We worden geacht te werken, te blijven werken en steeds langer door te werken. Tegelijkertijd dragen vrouwen in veel gezinnen nog altijd de hoofdverantwoordelijkheid voor het huishouden, de zorg voor kinderen en alles wat daarbij komt kijken: plannen, regelen, onthouden.

Dat is geen gevoel, dat is realiteit. Onderzoek laat zien dat vrouwen structureel meer onbetaalde zorgtaken uitvoeren dan mannen, óók wanneer zij betaald werk hebben. En steeds meer vrouwen nemen deel aan het arbeidsproces, juist in levensfases waarin die zorgdruk toeneemt.

En alsof dat nog niet genoeg is, doorlopen vrouwen ook een hormonale cyclus die invloed heeft op energie, concentratie, emoties en belastbaarheid. Toch wordt daar in onze manier van werken nauwelijks rekening mee gehouden. Alsof het niet bestaat.

Vooraf goed om te weten: dit artikel is geen pleidooi tegen mannen.

Integendeel. Mannen hebben namelijk óók een hormonale cyclus, alleen werkt die anders. Hun testosteron volgt een dagritme: ’s ochtends piekt het, later op de dag neemt het af. Dat verklaart waarom veel mannen ’s ochtends energieker en scherper zijn dan ’s avonds.

Bij vrouwen werkt dit anders. Hun hormonale cyclus beslaat gemiddeld een maand en beïnvloedt gedurende die periode het functioneren. In bepaalde fasen is er meer focus en daadkracht, in andere fasen meer behoefte aan rust of reflectie. Dat is geen zwakte, maar biologie.

Veel werkculturen zijn echter ingericht op het mannelijke model: elke dag hetzelfde tempo, altijd beschikbaar, altijd productief. Onderzoek naar werkvermogen laat zien dat juist dit gebrek aan aansluiting leidt tot stress, verminderde productiviteit en uiteindelijk uitval bij vrouwen.

De blinde vlek van het bedrijfsleven

De arbeidsparticipatie van vrouwen in Nederland is hoog en blijft stijgen. Tegelijkertijd bevinden we ons in een nieuwe realiteit: de eerste generatie vrouwen die fulltime is blijven werken na het krijgen van kinderen, is nu 50+. Zij werken door in een fase waarin hormonale veranderingen, zoals perimenopauze en overgang, steeds vaker voorkomen.

Daar komt nog iets bij dat vaak onzichtbaar blijft: mantelzorg. Steeds meer werkenden combineren hun baan met zorg voor een ouder of naaste. Vrouwen doen dit vaker en langduriger dan mannen. Deze combinatie heeft aantoonbaar invloed op werkdruk, mentale belasting en arbeidsproductiviteit.

Toch wordt werkuitval nog vaak individueel benaderd: iemand “kan het niet aan”, “moet beter plannen” of “even pas op de plaats maken”. Daarmee missen organisaties het grotere plaatje.

Tijd voor verandering

Voor mij ging er een wereld open toen ik zelf op zoek ging naar antwoorden. Al jaren voelde ik me ‘vreemd’, zonder echt te begrijpen waarom. Ik had geen last van de klassieke opvliegers die iedereen met de overgang associeert, maar mijn zelfvertrouwen liep terug. Ik werd vergeetachtig. En vragen uit mijn omgeving als “Hoe komt het dat je zo weinig vertrouwen in mensen hebt?” zetten me aan het denken.

Ik dacht lange tijd dat het vooral kwam door mijn leven. Een druk gezin met pubers, veel verantwoordelijkheden, én de rol van enige mantelzorger voor mijn ouders. Tel daarbij een onverwerkt verlies uit mijn jeugd op — het overlijden van mijn zus — en het leek logisch dat alles soms te veel werd.

Maar toen ik me écht begon te verdiepen in hormonale invloed, viel er iets op zijn plek. Ik herkende patronen in mijn energie en concentratie. Periodes waarin ik scherp, daadkrachtig en creatief was, wisselden zich af met fases van twijfel, vermoeidheid en mentale mist. Wat ik jarenlang had weggezet als ‘drukte’ of ‘persoonlijke zwakte’, bleek grotendeels verklaarbaar.

En ik besefte: dit speelt niet alleen nú. Dit speelt eigenlijk gedurende het hele leven van een vrouw.

Mijn dochter bevestigde dat pijnlijk duidelijk. Op de middelbare school had zij last van zware menstruatiedagen. Daar werd geen rekening mee gehouden. Een dag naar de bossen met school? “Ga maar achter een boompje.” Ze voelde zich ongemakkelijk en durfde niet eens te benoemen waarom dit voor haar zo lastig was. Schaamte, stilte en aanpassen — het begint al vroeg.

Onbegrip op de werkvloer

Die bewustwording werd nog scherper bij mijn laatste baan in loondienst. Voor het eerst ervaarde ik daar hoe weinig begrip er was voor mijn situatie. Het was een organisatie met voornamelijk zogenoemde ‘rode’ profielen, vanuit de DISC-theorie: dominant, resultaatgericht, snel en competitief. Jonge ondernemers, veel jong personeel en een cultuur waarin borrels en feestjes de norm waren.

De gesprekken die ik voerde gingen niet expliciet over hormonen. Die taal sprak ik zelf nog niet. Wat ik probeerde te benoemen, was dat de combinatie van werkdruk, gezin, mantelzorg en persoonlijke geschiedenis veel van me vroeg. Dat mijn belastbaarheid veranderde en dat ik zocht naar ruimte om duurzaam te kunnen blijven functioneren.

Die ruimte kwam er niet. Ook in gesprekken met mijn vrouwelijke leidinggevende voelde ik geen echte erkenning. Geen kwade wil, maar wel een fundamenteel gebrek aan begrip. Alsof wat ik ervaarde simpelweg buiten het referentiekader viel.

Dat moment was voor mij bepalend. Niet omdat mijn situatie uitzonderlijk was, maar omdat ik besefte: als hier geen taal, aandacht of veiligheid voor is, hoeveel vrouwen lopen hier dan rond met hetzelfde gevoel, zonder het ooit echt te kunnen benoemen?

Van onzichtbare last naar erkende kracht

Alles bij elkaar bracht mij tot één conclusie: dit is geen individueel probleem. Dit is een organisatievraagstuk.

Onderzoek laat zien dat hormonale klachten, mantelzorg en levensfase aantoonbare invloed hebben op werkvermogen, productiviteit en verzuim. Vrouwen vallen niet uit omdat ze ongemotiveerd zijn. Ze vallen uit omdat we blijven doen alsof iedereen hetzelfde functioneert, in elke levensfase, onder elke omstandigheid.

Daarom wil ik met mijn bedrijf de verbinding leggen tussen vrouwencoaches, specialistische kennis en het bedrijfsleven, juist richting HR en leidinggevenden. Niet om vrouwen te ontzien, maar om ze beter te begrijpen en slimmer in te zetten. Preventief, niet pas als het misgaat.

Bedrijven die hier nu bewust mee aan de slag gaan, hebben straks een voorsprong. Minder verzuim. Minder burn-out. Meer betrokkenheid. Duurzamere inzetbaarheid.

Niet door soft beleid. Maar door realistisch beleid.

Wie vrouwen duurzaam inzetbaar wil houden, moet durven kijken naar hoe vrouwen écht werken. Dat is geen vrouwenkwestie. Dat is vooruitdenken.

Wil je meer weten? Neem contact op.

Bronnen & achtergrond

  • CBS – Arbeidsparticipatie vrouwen
    Vrouwen hebben een hoge en stabiele arbeidsparticipatie; ruim 69% van de vrouwen neemt deel aan het arbeidsproces, met een sterke vertegenwoordiging in de leeftijdsgroep 45–64 jaar.
    Bron: CBS, Dashboard Arbeidsmarkt

  • TNO – Werkvermogen en hormoongerelateerde klachten
    Ongeveer 39% van de vrouwelijke werknemers ervaart dat hormonale klachten (menstruatie, zwangerschap, overgang) invloed hebben op hun werkvermogen. Veel vrouwen werken door ondanks klachten, wat leidt tot verminderde productiviteit (presenteïsme).
    Bron: TNO, Werkvermogen en gezondheid

  • Wetenschappelijk onderzoek perimenopauze & werk
    Vrouwen in de perimenopauze rapporteren vaker vermoeidheid, concentratieproblemen en emotionele uitputting, wat samenhangt met lager ervaren werkvermogen.
    Bron: o.a. ScienceDirect, occupational health studies

  • CBS – Mantelzorg en werk
    Werkende vrouwen verlenen vaker en langduriger mantelzorg dan mannen. De combinatie van werk en mantelzorg verhoogt stress en vergroot het risico op uitval.
    Bron: CBS Emancipatiemonitor

  • BNR – Arbeidsproductiviteit en mantelzorg
    De groei van mantelzorg onder werkenden zet arbeidsproductiviteit onder druk. Gebrek aan flexibiliteit en begrip vanuit werkgevers vergroot het risico op verzuim.
    Bron: BNR, Arbeidsproductiviteit krijgt steeds meer te lijden onder mantelzorg-hausse

Erna

Ik help MKB+ hun positie te verstevigen. Van propositie tot klantbehoud, van employer branding tot marktstrategie. Met concrete trajecten die je helpen groeien zonder je identiteit te verliezen.

Vorige
Vorige

Waarom bedrijven marketing koppelen aan campagnes, maar niet aan strategie

Volgende
Volgende

We kennen onze klanten beter dan onze collega’s