Presenteïsme: het onzichtbare verlies achter hormonale klachten op het werk

Een medewerker is aanwezig, neemt deel aan overleggen en rondt haar werkzaamheden af. Op papier lijkt er weinig aan de hand. Maar achter die zichtbare aanwezigheid kan een andere werkelijkheid schuilgaan: slecht slapen, moeite met concentreren, pijn, vermoeidheid of voortdurend proberen klachten te verbergen.

De medewerker werkt door, maar kan tijdelijk niet functioneren zoals zij gewend is. Dit noemen we presenteïsme.

Waar verzuim zichtbaar en meetbaar is, blijft presenteïsme vaak onder de radar. Juist bij hormoongerelateerde klachten is dat relevant. Veel vrouwen melden zich niet ziek, maar gebruiken wel extra energie om hun werk vol te houden. Dat raakt niet alleen hun gezondheid en werkplezier, maar uiteindelijk ook de kwaliteit, productiviteit en continuïteit van het werk.

Wat is presenteïsme?

Presenteïsme betekent dat iemand werkt terwijl gezondheidsklachten het functioneren beperken. Dat betekent niet automatisch dat iemand slecht werk levert. De medewerker kan haar resultaten nog steeds behalen, maar heeft daar mogelijk meer tijd, inspanning of herstel voor nodig. Soms worden werkzaamheden uitgesteld, kost besluitvorming meer moeite of neemt de foutgevoeligheid toe.

Presenteïsme kan zich uiten in:

  • moeite met concentreren;

  • informatie minder goed onthouden;

  • langzamer werken;

  • vaker controleren uit angst iets te missen;

  • minder creativiteit of initiatief;

  • afspraken of deadlines vergeten;

  • sociale situaties vermijden;

  • sneller overprikkeld raken;

  • langer doorwerken om hetzelfde resultaat te behalen;

  • na het werk weinig energie overhouden.

Het verschil met verzuim is eenvoudig: bij verzuim is iemand afwezig, bij presenteïsme is iemand aanwezig maar door gezondheidsklachten niet volledig inzetbaar. Daardoor is presenteïsme veel moeilijker te herkennen.

Waarom hormoongerelateerde klachten vaak onzichtbaar blijven

Klachten rond de menstruatiecyclus, zwangerschap, herstel na de bevalling en de overgang kunnen invloed hebben op energie, slaap, stemming, pijnbeleving en cognitief functioneren. Toch blijven veel vrouwen doorwerken. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn:

  • klachten worden gezien als iets wat bij het vrouw-zijn hoort;

  • de medewerker wil collega’s niet extra belasten;

  • zij wil niet als minder professioneel worden gezien;

  • zij vreest gevolgen voor haar loopbaan;

  • de klachten wisselen en zijn daardoor moeilijk uit te leggen;

  • zij herkent zelf het hormonale verband nog niet;

  • binnen de organisatie is weinig ruimte om erover te praten.

Dat beeld wordt ondersteund door Nederlands onderzoek. Uit een verdiepend onderzoek van TNO en CBS uit 2025 bleek dat 80 procent van de vrouwelijke werknemers soms of regelmatig hormoongerelateerde gezondheidsklachten ervaart. Dat komt neer op ongeveer 3,2 miljoen werkende vrouwen. Bij 39 procent hebben deze klachten invloed op het werk. Tegelijkertijd houdt 35 procent van de vrouwen met klachten deze verborgen op het werk. Ook vindt 22 procent van de vrouwelijke werknemers het bespreken van hormoongerelateerde klachten riskant voor de eigen loopbaan. [TNO/CBS, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen: de impact op werk]

Dit maakt duidelijk waarom presenteïsme gemakkelijk wordt gemist: de medewerker is niet alleen aanwezig, maar probeert vaak actief te voorkomen dat anderen iets merken.

De overgang laat het verschil tussen verzuim en presenteïsme goed zien

Uit onderzoek van CBS en TNO onder vrouwelijke werknemers van 40 tot 75 jaar bleek dat in 2021 ongeveer 173.000 werknemers invloed van overgangsklachten op hun werk ervoeren. Dat was 55 procent van alle vrouwelijke werknemers die in de overgang waren.

Van deze groep gaf:

  • 36 procent aan weleens minder goed te functioneren;

  • 31 procent aan ongemakkelijke situaties op het werk te ervaren;

  • slechts 2 procent aan zich vanwege de klachten weleens ziek te melden.

Vermoeidheid, concentratieproblemen en pijn werden genoemd als oorzaken van verminderd functioneren. Ongemakkelijke situaties ontstonden onder meer door opvliegers, stemmingswisselingen of doorlekken. [CBS en TNO, Helft werknemers in overgang ondervindt hinder op werk]

Het verschil tussen 36 procent dat minder goed functioneert en 2 procent dat zich ziek meldt, laat precies zien waarom alleen kijken naar verzuimcijfers onvoldoende is. Een groot deel van de invloed vindt plaats terwijl vrouwen gewoon aan het werk zijn.

Presenteïsme is niet hetzelfde als onvoldoende inzet

Het is belangrijk om presenteïsme niet te verwarren met een gebrek aan motivatie.

Veel vrouwen doen juist extra hun best om hun gebruikelijke niveau vast te houden. Ze bereiden zich uitgebreider voor, maken meer lijstjes, controleren hun werk vaker of werken buiten reguliere uren door. Aan de buitenkant lijkt het alsof alles doorgaat. Dit wordt vooral zichtbaar in de hoeveelheid energie die dit kost.

Een ervaren professional die vroeger snel kon schakelen, kan door slecht slapen of brainfog meer tijd nodig hebben om informatie te verwerken. Een medewerker met hevige menstruatieklachten kan tijdens een overleg aanwezig zijn, terwijl een groot deel van haar aandacht naar pijn of ongemak gaat. Iemand die na zwangerschapsverlof terugkeert, kan formeel volledig aan het werk zijn maar nog herstellen van de bevalling en gebroken nachten.

Dat zijn geen tekenen van een gebrek aan betrokkenheid. Het zijn signalen dat de verhouding tussen belasting en belastbaarheid tijdelijk uit balans kan zijn.

Ook psychische klachten kunnen meespelen

Hormoongerelateerde klachten staan niet los van mentale gezondheid. Slaapproblemen, onzekerheid, somberheid, angst en langdurige overbelasting kunnen elkaar versterken.

Internationaal onderzoek onder 8.811 Amerikaanse vrouwen van 40 tot 64 jaar liet zien dat vrouwen met overgangsklachten significant meer beperkingen in hun werk rapporteerden dan vrouwen zonder overgangsklachten. Vooral depressieve klachten, angst en gewrichtsstijfheid hingen sterk samen met slechtere gezondheids- en werkuitkomsten. [Whiteley et al., The impact of menopausal symptoms on quality of life, productivity, and economic outcomes]

In een afzonderlijk onderzoek onder vrouwen met overgangsklachten en opvliegers rapporteerden vrouwen die daarnaast een depressie hadden gemiddeld 25 procent beperking tijdens het werk, tegenover 14,3 procent bij vrouwen zonder depressie. Het gerapporteerde ziekteverzuim bedroeg respectievelijk 5,3 en 2,8 procent. Ook in dit onderzoek was de invloed tijdens aanwezigheid dus aanzienlijk groter dan de gemiste werktijd. [DaCosta DiBonaventura et al., Depression, Quality of Life, Work Productivity, Resource Use, and Costs Among Women Experiencing Menopause and Hot Flashes]

Deze onderzoeken tonen samenhang aan, geen eenvoudige oorzaak-gevolgrelatie. Ze onderstrepen wel dat organisaties te beperkt kijken wanneer zij uitsluitend registreren wie zich ziek meldt.

Waarom presenteïsme een risico vormt

Incidenteel doorwerken met lichte klachten hoeft geen probleem te zijn. Werk kan structuur, sociale steun en voldoening bieden. Niet iedere klacht vraagt om thuisblijven of een formele aanpassing. Het risico ontstaat wanneer een medewerker gedurende langere tijd blijft compenseren zonder voldoende herstel of ondersteuning. Dan kan presenteïsme bijdragen aan toenemende vermoeidheid, meer fouten of herstelwerk, verminderd werkplezier, onzekerheid over het eigen functioneren, spanningen in de samenwerking en uiteindelijk langduriger verzuim of vertrek.

Presenteïsme is daarom niet simpelweg een productiviteitsvraagstuk. Het kan een vroeg signaal zijn dat iemand dreigt vast te lopen.

Waarom je dit als organisaties vaak mist

De meeste organisaties beschikken over verzuimpercentages, meldingsfrequenties en informatie over de duur van uitval. Maar er wordt veel minder systematisch gekeken naar medewerkers die wel aanwezig zijn en moeite hebben om hun werk vol te houden.

Daar komt bij dat hormonale klachten vaak niet met de leidinggevende worden besproken. In het onderzoek van CBS en TNO sprak 65 procent van de vrouwen die invloed op het werk ervoeren daar met iemand op het werk over, maar meestal met één of twee collega’s. Slechts 13 procent besprak de klachten met de leidinggevende en 2,5 procent met de bedrijfsarts. Tegelijkertijd had 57 procent behoefte aan meer begrip of ondersteuning op de werkvloer. [CBS en TNO]

Er kan dus veel bekend zijn bij directe collega’s, terwijl HR en leidinggevenden nauwelijks zicht hebben op wat er speelt.

Wat kan een leidinggevende herkennen?

Een leidinggevende kan en hoeft niet vast te stellen of klachten hormonaal zijn. Wel kan deze veranderingen signaleren, zoals:

  • iemand heeft meer moeite met deadlines;

  • een normaal gesproken scherpe medewerker vergeet vaker details;

  • de medewerker trekt zich terug uit overleg;

  • zij werkt opvallend vaak door;

  • het zelfvertrouwen neemt af;

  • dezelfde taken kosten zichtbaar meer energie;

  • er zijn regelmatig korte afwezigheden;

  • iemand geeft aan slecht te slapen of overbelast te zijn.

Dit zijn geen bewijzen van hormonale klachten. Het zijn aanleidingen voor een breder gesprek over functioneren, gezondheid en werk.

Stel eens een keer de vraag: “Ik merk dat het werk je de laatste tijd meer energie lijkt te kosten. Herken je dat? En is er iets in het werk dat we kunnen aanpassen om je te helpen goed te blijven functioneren?”

Daarmee blijft de leidinggevende bij waarneembaar gedrag en krijgt de medewerker ruimte om zelf te vertellen wat zij wil delen.

Wat kan een organisatie doen?

Presenteïsme voorkom je niet met één protocol. Het vraagt om een combinatie van kennis, veiligheid en ruimte voor maatwerk.

  1. Maak hormoongerelateerde gezondheid bespreekbaar

    Geef uitleg over menstruatie, zwangerschap, herstel na de bevalling en de overgang. Niet om iedere klacht aan hormonen toe te schrijven, maar om herkenning mogelijk te maken.

  2. Train leidinggevenden

    Leer leidinggevenden om veranderingen in functioneren feitelijk te benoemen, open vragen te stellen en niet zelf een diagnose te geven.

  3. Kijk verder dan verzuimcijfers

    Neem in medewerkersgesprekken en inzetbaarheidsonderzoek ook vragen mee over energie, herstel, concentratie, werkvermogen en de mate waarin mensen gezond kunnen doorwerken.

  4. Bied praktisch maatwerk. Mogelijke maatregelen zijn:

    meer regie over werktijden;

    een rustige werkplek;

    tijdelijke aanpassing van prioriteiten;

    extra herstelmogelijkheden;

    thuiswerken waar dat kan;

    betere temperatuurregulatie;

    passende sanitaire voorzieningen;

    gefaseerde terugkeer na zwangerschapsverlof;

    tijdige toegang tot de bedrijfsarts.

  5. Evalueer afspraken

    Klachten en belastbaarheid kunnen veranderen. Maak daarom tijdelijke afspraken en bespreek na enkele weken of ze daadwerkelijk helpen.

Van aanwezigheid naar duurzame inzetbaarheid

Aanwezigheid is niet hetzelfde als inzetbaarheid. Wie alleen naar ziekteverzuim kijkt, ziet mogelijk pas laat dat medewerkers moeite hebben om hun werk vol te houden. Presenteïsme maakt zichtbaar wat tussen volledig functioneren en ziekmelding in ligt. Juist daar liggen kansen voor preventie. Een goed gesprek, meer regelruimte of een kleine tijdelijke aanpassing kan voorkomen dat een medewerker steeds verder over haar grenzen gaat.

De kern voor werkgevers is daarom:

Vraag niet alleen of iemand aanwezig is, maar ook wat het kost om aanwezig te blijven.

Organisaties die dat gesprek durven voeren, krijgen eerder zicht op wat medewerkers nodig hebben. Daarmee beschermen zij niet alleen gezondheid en werkplezier, maar ook kwaliteit, continuïteit en behoud van waardevol talent.

Erna

Ik help MKB+ hun positie te verstevigen. Van propositie tot klantbehoud, van employer branding tot marktstrategie. Met concrete trajecten die je helpen groeien zonder je identiteit te verliezen.

Vorige
Vorige

Van overgangsbeleid naar beleid voor vrouwelijke levensfasen

Volgende
Volgende

Wanneer vrouwen klachten stilhouden om hun carrière te beschermen