Hormoongerelateerde klachten en werk: wat het TNO-onderzoek betekent voor je verzuimbeleid

Tachtig procent van je vrouwelijke medewerkers. Zo groot is de groep die volgens TNO soms of regelmatig hormoongerelateerde gezondheidsklachten ervaart. In een organisatie met tweehonderd vrouwen gaat het dus over ongeveer honderdzestig mensen.

In 2025 publiceerde TNO een verdiepend onderzoek naar de impact van deze klachten op werk. Ik heb het rapport doorgenomen met één vraag in mijn achterhoofd: wat moet een HR-manager of MT hiermee? In dit artikel zet ik de belangrijkste cijfers op een rij en vertaal ik ze naar je verzuimbeleid. Eén ding vooraf: dit onderzoek gaat over veel meer dan de overgang.

Wat TNO onderzocht

TNO keek naar klachten rond menstruatie, zwangerschap en overgang, en naar wat die doen met gezondheid, werkvermogen en verzuim. De cijfers komen uit een herbenadering van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden. Dit zijn de cijfers die voor HR het meest zeggen:

  • 80% van de vrouwelijke werknemers ervaart soms of regelmatig hormoongerelateerde klachten.

  • 39% zegt dat deze klachten invloed hebben op haar werk. Omgerekend zijn dat ruim 1,5 miljoen vrouwen in Nederland.

  • 66% van de vrouwen met klachten krijgt minder werk gedaan op dagen met klachten; 29% voert het werk minder goed uit.

  • 56% van de vrouwen meldde zich het afgelopen jaar minstens één keer ziek, tegenover 51% van de mannen.

  • 22% van de vrouwen rapporteert burn-outklachten, tegenover 18% van de mannen.

Voordat ik Compassu begon werkte ik dertig jaar lang als marketeer. Dus wat mij hier in die rol opvalt: dit zijn segmentcijfers. Achter dat ene getal van 80% zitten groepen met heel verschillende behoeften, afhankelijk van de levensfase waarin ze zitten.

Het beeld is breder dan de overgang

TNO splitst de cijfers uit naar hormonale fase. Dan wordt zichtbaar hoe verschillend de groepen zijn:

Compassu-tno-klachten-per-levensfase

De meeste organisaties die al iets doen, beginnen bij de overgang. Dat is logisch, want daar zit de grootste piek. Tegelijk laat deze tabel zien dat een op de drie vrouwen in de menstruele fase regelmatig klachten heeft. Menopauzebeleid is een begin, maar een vrouw van 35 met cyclusgerelateerde uitval valt daarbuiten.

TNO noemt dat zelf ook expliciet: er is meer aandacht nodig voor menstruatieklachten en de invloed daarvan op werk en carrièrekansen in de vroege loopbaan.

Wat je in je verzuimcijfers mist

Het cijfer dat mij het meest trof: 67% van de vrouwen met hormoongerelateerde klachten werkt door terwijl ze ziek of niet fit is. Dat verlies aan productiviteit komt in geen enkele verzuimrapportage terecht.

Daar komt bij dat veel vrouwen hun klachten bewust stil houden:

• 35% houdt de klachten verborgen op het werk.

• 22% vindt praten erover riskant voor haar carrière. Bij mannen deelt 6% die zorg.

• 43% bespreekt klachten met collega's, slechts 12% met de leidinggevende.

Voor HR betekent dit dat het beeld dat je uit je eigen data haalt waarschijnlijk te gunstig is. Verzuim dat wel zichtbaar wordt, staat mogelijk geregistreerd onder een andere noemer. De leidinggevende, die het eerste signaal zou moeten oppakken, hoort het als laatste.

Drie gevolgen voor je verzuimbeleid

1. Breng je vrouwelijke medewerkers in kaart per levensfase. Je personeelsbestand vertelt je al veel. Een leeftijdsopbouw laat zien hoeveel vrouwen waarschijnlijk in de menstruele fase, de perimenopauze of de postmenopauze zitten. Daarmee weet je waar de grootste druk op inzetbaarheid ligt, en welke groep wat nodig heeft.

2. Leg bespreekbaarheid vast in je structuren. Met 12% die klachten bij de leidinggevende neerlegt, kun je bespreekbaarheid moeilijk aan individuele gesprekken overlaten. Neem levensfasen op in je verzuimprotocol, je gesprekscyclus en je afspraken met de bedrijfsarts.

3. Houd de postmenopauzale groep aan boord. TNO wijst erop dat vrouwen in de postmenopauze het minst verzuimen, terwijl ze vaker met arbeidsmarktdiscriminatie te maken krijgen. Bij vergrijzing en personeelstekorten is dit een groep die je wilt behouden. Beleid voor deze fase gaat dus vooral over loopbaan en waardering.

Van aandacht naar beleid

Veel organisaties geven dit onderwerp al aandacht, met een vitaliteitsweek, een lunchlezing of een webinar over de overgang. Dat is waardevol, en het is een eerste stap. Het TNO-onderzoek laat zien waar de volgende stap ligt: inzicht in je eigen populatie, en beleid dat alle levensfasen meeneemt.

Dat is precies waar ik organisaties bij help. Ik kijk naar de vrouwen in je organisatie per levensfase, naar waar in de employee journey de knelpunten zitten, en vertaal dat naar beleid dat meetbaar bijdraagt aan inzetbaarheid en behoud.

Benieuwd waar jouw organisatie staat? Doe de gratis HR-scan.

Bronnen

• TNO factsheet: Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen, de impact op werk (2025)

• TNO rapport R11772 (2025)

• CNV: Cao Kinderopvang, menstruatie en overgang

Erna Melis

Ik help organisaties vermijdbaar talentverlies onder vrouwen zichtbaar te maken en om te zetten in beleid. Op voorspelbare momenten in de loopbaan lijken vrouwen vaker uit te vallen of te vertrekken: na terugkeer van verlof, in de perimenopauze en overgang, of als werk en leven botsen. Ik koppel die levensfasen aan verzuim, verloop en loopbaan, zodat je weet waar je kunt sturen.

Vorige
Vorige

Menopauzebeleid opstellen: waarom één levensfase niet genoeg is

Volgende
Volgende

Job hugging: blijven ervaren vrouwen uit betrokkenheid of onzekerheid?